Wat zijn transities?

Transities worden breed opgevat als ingrijpende maatschappelijke veranderingsprocessen met sociale, culturele, politieke, economische en technologische dimensies. Het betreft verschuivingen in maatschappelijke systemen zoals het energiesysteem, mobiliteit, de bouw, de zorg en de economie. Een maatschappelijk systeem kan een publiek stelsel of sector zijn, maar ook een regio, stad, eiland, branche, keten of bedrijf. Meestal duurt het één tot twee generaties voor dat zo’n systeem veranderd is.

Kenmerkend voor transities is dat de verandering radicaal, fundamenteel en onomkeerbaar is. Ook kenmerkend is dat vrijwel alle transities in fases verlopen. Transities beginnen met een lange voor-ontwikkelingsfase, waarin het besef groeit dat het huidige systeem niet meer voldoet, nieuwe ideeën ontwikkeld worden en de eerste pioniers experimenteren. In de take-off fase komt er steeds meer maatschappelijke steun voor een verandering en beginnen ontwikkelingen zichzelf te versterken. Daardoor komt de transitie vaak in een versnellingsfase. In deze fase vindt de grote, structurele omslag plaats. In de laatste fase, de stabilisatiefase, komt het systeem weer tot rust in een nieuw evenwicht. Deze karakterisering van de verschillende fases wordt binnen de transitiekunde het multi-fase model genoemd. Het multi-fase model van transities kan worden gezien als één van de ‘transitieperspectieven’ aan de hand waarvan we ingrijpende maatschappelijke veranderingsprocessen beter kunnen begrijpen. Met een dergelijke analytische ‘bril’  kunnen we hoofd- en bijzaak van elkaar scheiden.

 

Voorbeelden van transities zijn:

Van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie

Van lineaire economie naar circulaire economie

Van bureaucratisch zorgsysteem, naar een zorgsysteem waar de mens centraal staat